Waarom Chippen ?

 


Terug naar Info pagina


De chip is een methode om dieren elektronisch te identificeren. In Nederland hebben inmiddels ruim 65.000 dieren een identificatiechip. Niet alleen honden en katten, maar ook paarden, pony's, vogels (papegaaiachtige), fretten, schildpadden en zelfs kangoeroes hebben hun chip.

De chip zoals die bij dieren wordt geplaatst bestaat uit een gesloten buisje van bioglas, met daarin de chip. Het buisje is 13,4 mm. lang en heeft een doorsnede van 2 mm. Het bioglas zorgt er voor dat de chip met het weefsel vergroeit. De chip gaat dus niet dwalen door het lichaam.
Het inbrengen van de chip gaat middels een prik. De chip zelf doet niets. Pas als er een afleesapparaat bij wordt gehouden wordt de chip geactiveerd, zodat op het afleesapparaat de identificatiecode verschijnt.
Dit nummer correspondeert met gegevens van het dier en zijn of haar eigenaar, opgeslagen bij de Nederlandse Databank voor Gezelschapsdieren (NDG) te Amsterdam. Aan de hand van het chipnummer kan de eigenaar van het dier dus altijd worden opgespoord.

Voor de meeste huisdiereigenaren is de belangrijkste reden waarom ze hun dier laten chippen dat zij hopen hun dier sneller terug te krijgen als deze vermist wordt.
Jaarlijks belanden duizenden katten en honden in asielen, terwijl de eigenaar niet te achterhalen is. Dier en baas zijn elkaar dan kwijt.
Het is mogelijk dieren al op jonge leeftijd te laten chippen. Kittens kunnen met 12 weken worden gechipt, bijvoorbeeld bij de tweede inenting tegen katten- en niesziekte.

Voor het chippen kun je bij een dierenarts terecht, en alleen de dierenarts kan de chip verwijderen. De identificatiecode van een chip is niet te veranderen of uit te wissen. Magneten en röntgenstralen hebben geen enkel effect op de code, evenals elektromagnetische velden zoals die door veel dierfysiotherapeuten worden gebruikt. Momenteel beschikt ongeveer 85 % van alle dierenartsenpraktijken in Nederland over afleesapparatuur, evenals een groeiend aantal asielen, dierenambulances en fokkers. Wijzigingen omtrent gegevens van de eigenaar (verhuizen of andere eigenaar) of het dier (overlijden) dienen zo veel mogelijk bij de Nederlandse Databank voor Gezelschapsdieren te worden gemeld, zodat men hier over een zo actueel mogelijk bestand beschikt.
Voor meer informatie kan je kijken op http://www.databankgezelschapsdieren.nl
of informeer bij de dierenarts.